11 vragen & antwoorden over NCZ, LEF en levensbeschouwing in het onderwijs

Naar aanleiding van de mediaberichtgeving over de levensbeschouwelijke vakken en het huidige politieke en maatschappelijke debat, bieden wij u graag enige verduidelijking over de standpunten van de RIBZ inzake LEF en levensbeschouwing in het onderwijs. We doen dit in antwoordvorm op enkele vaak gestelde vragen :

 

1. Wat is levensbeschouwing en waarom is ze belangrijk?

Het is onmogelijk om geen levensbeschouwing te hebben. Wie dat beweert, heeft wel degelijk visies op het leven maar staat er niet bij stil. Toch zal men ook zaken afkeuren en goedkeuren, keuzes maken, en dit vanuit waarden. Levensbeschouwing is de bril waardoor we naar de wereld kijken, ons raam op de wereld.

Levensbeschouwing is belangrijk voor de eigen identiteit, om te weten wie ik ben en waarvoor ik sta. Het is op die manier een zaak van elk individu. Maar levensbeschouwing is ook een collectief gegeven. Er zijn de zaken die we overnemen, omdat we leven in een familie, in een samenleving. Er zijn de waarden die we delen en niet delen met anderen.  Door vrij en kritisch na te denken kunnen we ook van positie veranderen.

terug naar boven

2. Steunt NCZ op een levensbeschouwing?

NCZ is een levensbeschouwelijk vak en steunt op het vrijzinnig humanisme. Niet-confessioneel betekent dat het anders dan confessies niet vertrekt vanuit een godsdienst. Tevens is het een humanistische keuze die uitgaat van de gelijkwaardigheid van elkeen. De autonomie om zelf waarden te toetsen is niet alleen een kwestie van methode als vrij onderzoek, maar ook een democratische waarde. Het belang dat gehecht wordt aan vrijheid betekent dat de vrijheid van iedereen belangrijk is. Dit humanistisch perspectief komt uit op de universele verklaring van de rechten van de mens. Hiermee is NCZ een geëngageerde levensbeschouwing, een specifieke keuze die naast andere keuzes, zoals godsdiensten, bestaat.

Binnen de context van het officieel onderwijs garandeert de vrije keuze, dit naast elkaar bestaan van levensbeschouwelijke vakken.

terug naar boven

3. Is NCZ hetzelfde als LEF?

De werkwijze van NCZ staat haaks op wat LEF beoogt. LEF wil de best mogelijke kennis van elk levensbeschouwing geven.

De leerkracht NCZ werkt niet met de juiste invulling van het vrijzinnig humanisme. Dit is voor NCZ te dogmatisch. Er zijn vrijzinnig humanistische waarden zoals bv. autonomie, solidariteit, verdraagzaamheid, vrijheid. De leraar confronteert de leerlingen vanuit de actualiteit, geschiedenis of de leefwereld met morele problemen waarbij ze deze waarden kunnen verkennen en toetsen. De activiteit van de leerlingen is cruciaal. De leerkracht stelt vragen. Wanneer moeten we solidair zijn? Wat begrijpen we onder solidariteit? Waarom is dit voorbeeld wel of niet goed gekozen om solidariteit te bespreken? Wat houdt autonomie in een specifieke situatie in? Kan autonomie haaks staan op solidariteit? Is het te onderscheiden van egoïsme? Waarover wil ik zelf kunnen beslissen? De antwoorden liggen niet vast, het is een zoeken naar nuances, argumenten. Leerlingen oriënteren zich en de klas is een gemeenschap van onderzoek. De leraar stimuleert het onderzoek en zoekt mee. De leerling komt aldus tot de invulling van zijn / haar vrijzinnig humanisme.

terug naar boven

4. Waarin verschilt de pedagogische aanpak van NCZ van die van LEF?

LEF houdt het bij kennis. Leerlingen moeten bijvoorbeeld kunnen zeggen waarom bisschoppen voorbehoedsmiddelen verbieden (voorbeeld aangehaald door P. Loobuyck in een publiekelijk debat in maart 2016). Met andere woorden ze moeten kunnen aangeven wat de theologische redenen zijn.

NCZ scherpt daarentegen het oordeelsvermogen van leerlingen aan. Hoe beoordelen zij dit? Als ze kennis opdoen, dan is het cruciaal wat ze met die kennis doen. Wat vinden ze van een dergelijk verbod? Wat voor consequenties heeft dit? Wat moet doorwegen? Waarden kunnen beschrijven en cognitief invullen is niet het fundamentele. Zeker niet als het erom gaat om jongeren bekwaam te maken om te kiezen of te leren omgaan met waarden.

Het ‘neutrale’ discours over waarden is daarbij een vooringenomen discours. Het leert jongeren om op afstand te kijken naar waarden. Het geeft zo lessen in onbetrokkenheid. Dat terwijl in NCZ een van de procesdoelen aangeeft dat we streven naar betrokkenheid. Hoe situeren waarden zich in mijn leven?

terug naar boven

5. Waarin verschilt de leraar NCZ van die van LEF?

De leraar NCZ is een vrijzinnig humanist. Het vrijzinnig humanisme staat voor het vrij onderzoek van alle argumenten en heeft oog voor de autonomie en waardigheid van alle mensen. Dat is een geëngageerd perspectief. Het perspectief is de leerlingen bekend.

De leraar LEF zou ‘neutraal’ spreken over levensbeschouwingen. Leerlingen weten dat de leraar een perspectief heeft, maar dat het niet wordt meegedeeld. Er is een vermoeden van partijdigheid en telkens de leraar uitspraken doet, is er een gissen naar het standpunt van de leraar, als ze de leraar er al niet spontaan naar vragen. De LEF-leraar probeert niemand te zijn maar is uiteraard iemand. Als een gelovige die het moeilijk vindt om te leven zonder steun van een hogere macht, de vrijzinnigheid moet bespreken, zal de toon vaak al verraden wat deze leraar denkt. Ook de tijd die er aan een levensbeschouwing wordt besteed – weinig, geen, veel – zal betekenisvol zijn. Hetzelfde geldt voor de ongelovige die godsdienst moet bespreken, maar niet begrijpt dat mensen bepaalde besproken zaken geloven.

terug naar boven

6. Waarin ligt de meerwaarde van een eigen levensbeschouwing?

Voor jongeren is het belangrijk om significante anderen in hun omgeving te hebben en dat geldt ook voor levensbeschouwingen. Het is heel anders als ik als jongere met een leraar die mijn levensbeschouwing deelt hierover spreek, dan wanneer een buitenstaander erover spreekt. Deze interne dialoog heeft zijn belang in een groeiproces naar volwassenheid. We kunnen dit nog scherper zien als het gaat over moslimjongeren die niet met een volwassen moslim praten over hun geloof, maar het moeten stellen met een neutrale buitenstaander. Het is onlogisch om te stellen dat levensbeschouwingen belangrijk zijn zoals LEF doet, maar meteen toe te voegen dat de levensbeschouwingen of degenen die ertoe behoren niet zelf mogen spreken. Er zal daarentegen over hen worden gesproken.

terug naar boven

7. Vormt de vrijheid van levensbeschouwing geen belemmering voor onze democratische samenleving?

Vrijheid van levensbeschouwing is juist een belangrijk democratisch principe. De vroege Verlichting ging vooral over deze vrijheid. Een overheid heeft zich daar niet mee te bemoeien. Dit is het principe van de scheiding van kerk en staat. Bouwend op dit principe geldt dat de overheid zich inhoudelijk niet mengt in de levensbeschouwelijke vakken. Het is niet aan een overheid om te zeggen welke levensbeschouwing ik moet hebben en ook niet wat deze inhoudt. De erkende instanties en vereniging die tot de verschillende levensbeschouwelijke gemeenschappen behoren, bepalen daarom de leerplannen van deze vakken.

Het wordt anders als er voor levensbeschouwingen eindtermen worden opgesteld, zoals LEF vraagt. De overheid dreigt zich dan uit te spreken over wat het katholicisme, vrijzinnig humanisme (…) juist is. Dat is een gebrek aan terughoudendheid van de overheid en democratisch een gevaarlijk pad.

terug naar boven

8. Waarom staan we vanuit vrijzinnig humanistisch perspectief kritisch tegenover ‘teaching about religion’?

‘Teaching about religion’ beperkt zich tot beschrijvingen en feiten over de verschillende religies (bij uitbreiding ‘levensbeschouwingen’ om ook het vrijzinnig humanisme aan bod te laten komen, wat zeker niet zonder meer het geval is bij buitenlandse voorbeelden van ‘leren over religies’). De leerkracht is de expert en wil de leerlingen een ‘levensbeschouwelijke geletterdheid’ bijbrengen.

Men maakt hierbij abstractie van de levensbeschouwing die de leerlingen van thuis uit hebben of die ze zelf al hebben ontwikkeld. Het huidige systeem van de levensbeschouwelijk vakken steunt juist sterk op de vrije keuze, want het impliceert dat er ook gekozen kan worden voor vrijstelling. De eigen beleving van een levensbeschouwing valt weg, de encyclopedische kennis komt in de plaats.

Door van bovenaf, vanuit de overheid, te spreken over alle levensbeschouwingen is het maar de vraag in welke mate er tussen de leerlingen dialoog zal zijn, ruimte voor eigen engagement? Dit optreden van de overheid zal de indruk wekken dat de overheid als laatste instantie beter dan de betrokkenen weet hoe hun levensbeschouwing in elkaar steekt. Deze ‘top-down’-benadering zal moeite hebben om niet de indruk van dwang na te laten.

terug naar boven

9. Waarom zijn de interlevensbeschouwelijke projecten beter als het gaat om leren samenleven?

De dynamiek van de levensbeschouwelijke vakken heeft naast het kunnen beleven van de eigen identiteit geleid naar openheid. Dit is verankerd in de engagementsverklaringen rond de InterLevensbeschouwelijke Competenties (hierna ILC’s).

Deze openheid is niet opgelegd door de overheid, maar vanuit de basis gegroeid. Dit wordt ervaren als eigen, zelf gewilde initiatieven en niet als dwang. De erkenning van de levensbeschouwingen blijft ongeschonden.

Het is juist de erkenning die de voorwaarde vormt om te komen tot dialoog. Zo weet ik als vrijzinnige, moslim … dat ik mezelf niet moet verloochenen, maar dat ik wordt aanvaard.

Het gaat hier niet om autoriteit uit te oefenen vanuit de best mogelijke kennis. De ILC’s erkennen de interne pluraliteit binnen elke levensbeschouwing, naast de externe pluraliteit van de levensbeschouwingen. De interne pluraliteit betekent dat de ene vrijzinnige de andere niet is, en zo ook voor de katholiek, de moslim … Er is geen plaats voor fundamentalisme bij de leraar. De leerlingen vertrekken vanuit zichzelf, hun groep, niet als een homogeen geheel, maar reeds verschillend, om hun levensbeschouwing te leren kennen. Ze doen dit met een significante andere, een leraar die zij kunnen plaatsen, wat op jonge leeftijd belangrijk is. En vanuit die positie ontmoeten ze de anderen.

Het is belangrijk te beseffen dat de samenleving pas democratisch kan genoemd worden wanneer individuele personen over de vrijheid kunnen beschikken om een gemeenschap te vormen vanuit een eigen dynamiek. Het is totaal anders als een wij-groep tegen de anderen zegt dat ‘we’ ze gaan leren samenleven met ‘ons’, dan wanneer we samen zoeken naar wat het betekent om samen te leven. Als men burgerzin enkel ziet als lessen die moeten gegeven worden aan de ‘anderen’ die dat missen, dan is men verkeerd vertrokken.  De ILC’s zijn een samen zoeken naar verdraagzaam samenleven.

terug naar boven

10. Vormt het Schoolpact geen belemmering voor een werkelijk pluralisme in het onderwijs?

Als vrijzinnigen is het nodig te onthouden dat we hard hebben gestreden om een vak NCZ te hebben, ons ‘klasje’ waar we het hebben over vrijzinnig humanisme, en niet in de lessen katholieke godsdienst als het grote geheel moeten zitten. Zoals het was in de tijd toen er ook maar één vak bestond. Het Schoolpact heeft tevens een dynamiek op gang gebracht: na de strijd kwam de erkenning. Het is omdat we ons erkend weten dat we elkaar tegemoet willen treden in dialoog. Het kunnen beleven van een eigen identiteit is het beginpunt. We kunnen zien dat na het Schoolpact er meer overleg en samenwerking is gekomen tussen de levensbeschouwingen. Het Schoolpact is zo uitgekomen op de unieke kans om samenleven en dialoog in verschil te implementeren. De interlevensbeschouwelijke projecten zijn hierop geënt. Erkenning van de verschillende identiteiten, het kunnen werken aan de eigen identiteit, is het uitgangspunt om de anderen te ontmoeten. Je moet iemand kunnen en mogen zijn om een andere te kunnen ontmoeten. Dit leidt niet tot een neutrale overkoepeling, maar tot geëngageerde visies die tonen dat je met verschillen kunt samenleven. Dat is democratisch pluralistisch: een democratie bestaat juist om verschillen mogelijk te maken en toch samen te leven.

terug naar boven

11. Wat is de link tussen het vak NCZ en de vrijzinnig humanistische gemeenschap in Vlaanderen?

 De vrijzinnig humanistische gemeenschap is in haar georganiseerde vorm verantwoordelijk voor het bewaken van de inhoud en de aangewende methoden in de les NCZ.

De cursus NCZ levert een gemeenschapsvormende bijdrage aan de vrijzinnig humanisten in Vlaanderen. Maar niet alleen dat, NCZ is ook het vak waarlangs het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen (mee) wordt gerealiseerd en (mee) vorm wordt gegeven.

Het vak NCZ verzekert de overlevering van vrijzinnig humanistisch kapitaal aan ideeën, voorstellingen, betekenissen, waarden en gevoelens, van de ene generatie op de andere. Dit proces van overlevering – dat ook een onderdeel vormt van het vak NCZ – gebeurt echter steeds op een interpreterende en zelfkritische wijze.

terug naar boven